zonder Handen geen Intelligentie

zonder Handen geen Intelligentie


Eenvoudige theorie over ontstaan en wording van intelligentie

Hoe intelligenter we worden, hoe minder we lijken te begrijpen wat intelligentie is en hoe intelligentie gegroeid is.
In de wetenschap vindt men weinig over de vraag waarom juist de mens uitblinkt in intelligentie. Ik heb mij in de afgelopen jaren uitsluitend met deze vraag bezig gehouden. Na een grondige studie van het gedrag van mensen en dieren durf ik de conclusie te trekken dat handen het verschil maken.

Alle diersoorten, inclusief de mens hebben een aangeboren vermogen om te overleven. Ze doen dat door nieuwe manieren te vinden om voorwerpen en stoffen te bewerken. Ik noem dat “manipulaties”. Vanaf de prehistorie hadden dieren het vermogen om nieuwe manipulaties te bedenken. Dit is volgens mijn theorie feitelijk de eigenschap die wij intelligentie noemen. Hoe minder manipulatievermogen, hoe eerder het dier tegen de limiet van zijn ontwikkeling aanloopt. Dankzij zijn handen, heeft de mens die limiet nog steeds niet in zicht.

In mijn boek Zonder handen geen intelligentie zet ik een theorie uiteen over waarom het juist de handen zijn die de mens in het dierenrijk op eenzame hoogte heeft gesteld. Zoals gezegd steunt deze theorie niet op een onderzoek van de hersenen maar op hoe dieren en mensen zich gedragen bij intelligent handelen nu en in het verre verleden.

De theorie bevat geen geleerdheid en is eenvoudig te begrijpen voor iedereen met enige nieuwsgierigheid.
In onderstaand filmpje gaat Max Farjon in op de kern van de theorie (8 minuten, engels ondertiteld).